Macht, Framing & Jutta Leerdam
Nog vóórdat ze haar 1.000 meter reed, lag Jutta Leerdam al onder vuur.
Omdat ze geen interviews wilde geven. Omdat ze in haar bubbel wilde blijven. Omdat ze zelf bepaalde wanneer ze sprak.
De discussie ging al snel over houding, over professionaliteit en ondertussen ook over haar make-up, haar Instagram en zelfs de politieke voorkeur van haar partner.
Pas na haar gouden race draaide de toon 🥇.
Swipe voor een analyse van framing, media-economie en waarom autonomie bij vrouwen sneller persoonlijk wordt gemaakt.
Mooi he, als een vrouw gewoon doet wat ze zelf wil? Zonder te buigen voor verwachtingen en zonder zich aan te passen.
Afgelopen week liet Jutta Leerdam weten geen interviews te willen doen voorafgaand aan haar 1.000 meter op de Olympische Winterspelen in Milano-Cortina.
Ze wilde maar één ding: in haar bubbel blijven tot het belangrijkste moment van haar leven.
Dat leidde tot een klacht van de Nederlandse Sport Pers. De discussie die daarop volgde, werd gepresenteerd als moreel, maar is in mijn ogen vooral praktisch van aard.
Waarom zou Jutta, met miljoenen volgers en haar eigen podium, de controle over haar verhaal uit handen geven?
Voor media is Leerdam goud (figuurlijk en inmiddels ook letterlijk): haar naam is een klikmagneet en haar gezicht scoort. Maar dat succes keert zich ook tegen haar. Toen ze goud won, kopte de Volkskrant: ‘de vrouw van Insta en make-up’. Later aangepast, maar het stond er gewoon. Als je keer op keer wordt ingezet als clickbait in plaats van als topsporter, waarom zou je dan nog meespelen in het spel van de journalistiek?
Wat Jutta Leerdam ook doet: we vinden er wat van.
En kiest ze ervoor om te zwijgen: dan krijgt ze meteen het label ‘diva’ opgeplakt.
Terwijl de regels helder zijn: sporters mogen tijdens de Spelen zelf kiezen of ze media te woord staan. De regels zijn helder, maar de verwachting is het probleem.
Lang was de deal duidelijk: media gaven aandacht, sporters gaven toegang en sponsoren betaalden voor de waarde van die aandacht. Maar dat spel verandert, want met een eigen publiek ben je niet langer afhankelijk van de pers.
Voor sommige redacties voelt dat als gezagsverlies. Want als sporters zelf publiceren, wat blijft er dan nog over van de klassieke verslaggeving?
In die frictie gebeurt iets interessants: een keuze voor focus wordt al snel geframed als ‘boycot’ en een duidelijke grens als ‘divagedrag’.
Tegelijkertijd begrijp ik dat er ook een tegenargument is. Sporters profiteren van de infrastructuur van grote evenementen en van de enorme zichtbaarheid die traditionele kanalen nog steeds leveren. Maar dat betekent nog niet dat ze verplicht zijn mee te doen aan elk mediacircus: zeker niet als het draait om herhaalde vragen, het uitmelken van drama of de politieke voorkeur van hun vriend.
Leerdam is atleet en merk. Of je dat nou leuk vindt of niet.
En in 2026 is het simpel: de sporter heeft de media niet meer nodig.
Dus laten we gewoon trots zijn! Want ze won goud, ze reed een record en ze ging verder dan wie dan ook had durven dromen.